Ik ben negen.
De klas om me heen verdwijnt als ik mijn pen achterna reis naar Mensenwetennooitietsland. De verhalen gebeuren vanzelf in mijn hoofd en ik hoef ze alleen maar op te schrijven – wel snel, want met het vreemde mannetje dat mijn metgezel is tuimel ik van het ene avontuur in het andere. Over mijn handschrift is de meester niet te spreken, over de verhalen wel.